Civiele vuurwapens

De regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van  civiele vuurwapens, onderdelen en munitie zit geheel vervat in het Wapenhandeldecreet en het Wapenhandelbesluit.

Deze regeling vormt wel gedeeltelijk de omzetting van: (1) het aanvullend protocol tegen de ongeoorloofde vervaardiging van en handel in vuurwapens, de onderdelen, componenten en munitie ervan, bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad, gedaan te New York op 31 mei 2001; (2) richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens; en (3) Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik. U vindt deze teksten terug in de sectie “Wetgeving”.

Wat zijn “civiele vuurwapens, onderdelen en munitie”?

Wat bedoeld wordt met “Civiele vuurwapens, onderdelen en munitie” wordt gedefinieerd in het Wapenhandeldecreet.

“Civiele vuurwapens”

Volgens hun definitie zijn civiele vuurwapens “vuurwapens die worden in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht voor ander dan militair of paramilitair gebruik, met uitzondering van automatische vuurwapens en van vuurwapens met een kaliber dat door de Vaste Internationale Commissie ter Beproeving van Draagbare Vuurwapens als militair werd geclassificeerd”.
Vuurwapens die worden in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht voor militair of paramilitair gebruik vallen onder de optie van “Defensiegerelateerde producten”.
Automatische vuurwapens en vuurwapens met een militair kaliber vallen onder de optie van “Wapens waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn”.

“Onderdelen (van civiele vuurwapens)”

Voor onderdelen van civiele vuurwapens is de vergunningsplicht beperkt. Er is enkel een vergunning nodig bij in-, uit-, doorvoer en overbrenging van onderdelen die aan de wettelijk voorgeschreven proef onderworpen zijn, alsook van hulpstukken die, aangebracht op een vuurwapen, tot gevolg hebben dat het wapen in een andere categorie wordt ondergebracht.
De aan de wettelijk voorgeschreven proef onderworpen onderdelen zijn de volgende: de frame- of kastgroep (karkas); de loop; de cilinder (trommel) van revolvers; de kulas en de schuif van pistolen; het sluit- en grendelorgaan; het afsluiterblok (bascule).

De bedoelde hulpstukken zijn op dit moment de volgende: geluiddempers; richtapparatuur voor vuurwapens, die een straal projecteert op het doel (en nachtkijkers); mechanismen die toelaten een vuurwapen om te vormen tot een automatisch vuurwapen; laders met een grotere capaciteit dan de normale capaciteit zoals bepaald door de minister van Justitie voor een bepaald model vuurwapen. Deze hulpstukken zijn allemaal “verboden wapens” volgens de Wapenwet van 8 juni 2006, en de invoer en de overbrenging naar het Vlaamse Gewest ervan is verboden.

“Munitie (voor civiele vuurwapens)” 

Voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van munitie voor civiele vuurwapens  is een vergunning nodig zowel als het gaat over het hele stuk als over zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit en, indien toepasselijk, projectielen.

Is voor alle civiele vuurwapens, onderdelen en munitie een in-, uit-, doorvoer- en overbrengingsvergunning nodig?

Neen. Bepaalde civiele vuurwapens en onderdelen zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht. Bovendien is het belangrijk te benadrukken dat enkel VUURwapens onder de vergunningsplicht vallen. U vindt meer daarover in de sectie “Uitzonderingen op de vergunningsplicht”.

Is voor elke  in-, uit-, doorvoer en overbrenging een vergunning nodig?

Neen. In principe is een individuele vergunning de regel. Deze vergunningen zijn steeds geldig gedurende één jaar.

Zowel voor overbrengingen binnen de EU als voor in- en uitvoer vanuit of naar landen buiten de EU zijn er echter uitzonderingen. De voornaamste uitzonderingen zijn de vereenvoudigde procedures voor tijdelijke in-, uitvoer of overbrenging voor verifieerbare legale doeleinden, namelijk jaag- en schietsportactiviteiten, demonstratie, expositie zonder verkoop, onderhoud, evaluatie, herstelling en  tijdelijke opslag.

U vindt meer daarover in de respectievelijk secties "Invoer" en "Uitvoer" .

In de infofiche op deze pagina vindt u alvast een schematisch overzicht van de specifieke vergunningsverplichtingen voor civiele vuurwapens, onderdelen en munitie.

Tot slot herinneren we er u aan dat voor overbrengingen binnen de Benelux nooit een vergunning nodig is.

Gelden er bijzondere voorwaarden voor de  in-, uit-, doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie?

Ja. In het licht van de bestrijding van illegale handel in wapens en de traceerbaarheid van wapens gelden twee bijzondere voorwaarden.

Ten eerste worden de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van vuurwapens, onderdelen en munitie alleen toegestaan als de aanvrager op basis van de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, gerechtigd is om het vuurwapen, onderdeel of de munitie voorhanden te hebben of te verwerven. Ten tweede worden  de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van vuurwapens, onderdelen en munitie alleen toegestaan als alle essentiële kenmerken ervan bekend zijn. Die essentiële kenmerken zijn de aard, de categorie, het merk, het model, het kaliber en het serienummer van de betreffende vuurwapens, onderdelen of munitie. Deze laatste voorwaarde geldt zonder uitzondering bij uit-, doorvoer en overbrenging naar een andere EU-lidstaat. Bij invoer en overbrenging naar het Vlaamse Gewest kan de aanvrager in bepaalde gevallen wel een vergunning aanvragen zonder daarbij serienummers te vermelden. Het gaat daarbij enkel om de volgende gevallen:

  • de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie hebben geen serienummer;
  • de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie werden besteld bij de producent en zijn nog in productie;
  • de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie zullen verworven worden in het kader van een veiling of een beurs.

De aanvrager moet zijn vraag wel grondig motiveren. De toekenning van een vergunning zonder opgave van serienummers is immers een gunst, geen recht. Als de gunst wordt toegestaan is het evident dat de aanvrager de betreffende serienummers na de effectieve invoer of overbrenging wel aan de dienst Controle Strategische Goederen moet bezorgen.

Tot slot gelden bij uitvoer naar landen buiten de EU en bij doorvoer van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie ook bijzondere voorwaarden inzake controle op het eindgebruik. U vindt meer daarover in de sectie “Uitvoer” .

Welke procedure moet ik doorlopen om civiele vuurwapens, onderdelen en munitie in, uit, door te voeren of over te brengen?

De procedure die u moet doorlopen en de documenten die u daarbij moet voorleggen is grotendeels afhankelijk van het feit of u civiele vuurwapens, onderdelen of munitie overbrengt binnen de EU dan wel in-, uit- of doorvoert vanuit of naar een land buiten de EU. Daarnaast speelt het ook een grote rol of het gaat over een definitieve, dan wel tijdelijke in-, uit-,  doorvoer of overbrenging gaat.

De respectievelijke procedures worden toegelicht in sectie "Invoer" en "Uitvoer".