Sancties Iran

Korte historiek
Wettelijke basis
Wat betekenen de wijzigingen voor uw export van dual use goederen?
Wat met niet dual use goederen?
Wat met militaire exporten?
Wat met “verboden entiteiten en personen”?
Wat met de financiële sancties ten aanzien van Iran?
Wat met “andere” sancties ten aanzien van Iran?
Wat met de Amerikaanse sancties ten aanzien van Iran?
Wat met import vanuit Iran?

Korte historiek

Het EU-beleid ten aanzien van Iran werd sinds 2003 sterk gedomineerd door haar bezorgdheid over het Iraanse nucleaire programma. Dialoog tussen de EU en Iran leidden tot afspraken die niet altijd correct werden uitgevoerd met steeds strengere Europese sancties tot gevolg.

De EU gaf bovendien ook gevolg aan de talrijke resoluties die in de schoot van de VN en de VN-Veiligheidsraad werden aangenomen.

In januari 2012 en in oktober 2012 besliste de EU haar sanctieregime sterk uit te breiden aangezien de opgestarte onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma niet het verhoopte resultaat hadden.

Op 14 juli 2015 bereikten Iran en de E3+3 (UK, Frankrijk, Duitsland, de VS, Rusland en China) een akkoord over het Iraanse nucleaire programma, het zogenaamde Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA). In dit plan wordt o.a. afgesproken dat wanneer Iran aan een aantal voorwaarden voldeed de EU en de VS hun sancties ten aanzien van het land zouden afbouwen.

Op 16 januari 2016 trad de gewijzigde Europese sanctiewetgeving in werking. Een groot aantal bepalingen en artikels werd geschrapt in de Verordening 267/2012.

Onderstaande tekst maakt u wegwijs in de nieuwe sancties. U kunt aan deze tekst geen rechten ontlenen. Vooraleer u exporteert is het belangrijk om steeds de wettelijke tekst te raadplegen.

Wettelijke basis

De basis voor de wijzigingen ligt in het Joint Comprehensive Plan of Action.
In sectie 2 van het JCPOA wordt een volledige tijdslijn opgegeven over wanneer alle partijen gevolg moeten geven aan de gemaakte afspraken.
In sectie 3 van het JCPOA wordt aangegeven welke sancties zullen worden opgeheven vanaf “implementation day” (= 16 januari 2016).
Sectie 5 bevat de EU-sancties die nog steeds van kracht blijven. Sectie 6 geeft een overzicht van de sancties die los staan van het JCPOA en dus ook van kracht blijven.

De uitvoering van het JCPOA en bijgevolg de aanpassing van de Europese sancties veronderstelt een wijziging aan Verordening 267/2012.

Concreet gaat het over besluit (GBVB) 2015/1863  van de Raad van 18 oktober 2015 tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran ,  de Verordening 2015/1861  van de Raad van 18 oktober 2015 tot wijziging van Verordening 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en de uitvoeringsverordening 2015/1862  van 18 oktober 2015 tot uitvoering van Verordening 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran.

Verordening 2016/31 bevestigt de datum van inwerkingtreding van bovenstaande verordeningen.

Inmiddels is ook een geconsolideerde versie  van de Verordening 267/2012 beschikbaar. Dat wil zeggen dat alle wijzigingen aan de oorspronkelijke sancties in deze tekst werden verwerkt. We zullen in wat volgt naar deze geconsolideerde versie verwijzen. Op 29 juli 2016 werden een aantal wijzigingen in bijlage I, III en VII ter van kracht. In bijlagen I en III werd voor een aantal omschrijvingen meer informatie toegevoegd voor een duidelijkere identificatie. In bijlage VII ter werden een aantal technische wijzigingen aangebracht en werd een aantal items van de lijst verwijderd.

Op 8 juni 2017 wijzigde de EU met Verordening 2017/964 opnieuw een aantal bepalingen. Deze wijzigingen zijn nog niet verwerkt in de geconsolideerde wetgeving.

Wat betekenen de wijzigingen voor uw export van dual use goederen?

Belangrijk nieuws is dat voortaan verschillende dual use goederen wél naar Iran kunnen worden geëxporteerd.

Uiteraard geldt voor Iran dezelfde exportcontrole als voor andere landen buiten de EU. Voor de export van goederen en technologie die voldoen aan de beschrijving in bijlage I van de Verordening 428/2009, zoals gewijzigd, moet een vergunning worden aangevraagd.

In de geconsolideerde Verordening 267/2012 wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën van goederen.

Goederen en technologie die gelinkt kunnen worden aan nucleaire toepassingen of activiteiten

In bijlage I staat een uitvoerige beschrijving van alle goederen die een vergunning vereisen, én een voorafgaandelijke goedkeuring van de VN Veiligheidsraad. Het gaat om goederen, technologie en software die wordt geviseerd door de Nucleair Supliers Group (NSG).

Indien uw goederen voldoen aan de beschrijving in bijlage I van geconsolideerde Verordening 267/2012 kunt u bij onze dienst een vergunning aanvragen via ons standaard aanvraagformulier. Wij maken uw aanvraag verder over aan de instanties die hierover hun goedkeuring moeten geven. Houd wel rekening met een langere doorlooptijd.

De geconsolideerde Verordening 267/2012 voorziet wel in een aantal uitzonderingen waarvoor de goedkeuring van de VN niet vereist is.

Dezelfde werkwijze wordt gevolgd voor het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten met betrekking tot goederen in bijlage I.

Binnen de 10 dagen na de effectieve export van de goederen moet de VN-Veiligheidsraad en in sommige gevallen het Internationaal Atoomagentschap op de hoogte worden gebracht. U heeft als exporteur dus een rapporteringsplicht aan de FOD Buitenlandse Zaken die uw informatie zal doorsturen naar de Veiligheidsraad en de IAEA. Rapporteren bij de effectieve export doet u naar volgende e-mail adressen: sanctions@diplobel.fed.be ;  Steven.DeWilde@diplobel.fed.be

Goederen die extra onder vergunning worden geplaatst

In bijlage II worden enerzijds goederen en technologie opgelijst die in se niet vergunningsplichtig zijn maar wel vergunningsplichtig worden verklaard voor Iran. Anderzijds worden bepaalde omschrijvingen uit de dual use lijst verfijnd of uitgebreid zodat meer goederen voor de export naar Iran onder de definitie vallen. In de geconsolideerde Verordening 267/2012 wordt telkens een verwijzing gemaakt naar de betreffende categorie indien er een link is met de dual use lijst (Verordening 428/2009).

Het gaat hierbij in hoofdzaak om goederen en technologie die niet worden opgelijst in bijlage I of III van de geconsolideerde Verordening 267/2012 maar die zouden kunnen bijdragen aan opwerkings- of verrijkingsgerelateerde, zwaarwatergerelateerde of andere activiteiten die niet in overeenstemming zijn met het JCPOA.

U zal dus voor een export naar Iran beide lijsten moeten checken en indien vereist, bij onze dienst een vergunning moeten aanvragen. De procedure voor bijlage II –goederen is identiek aan de reguliere procedure voor vergunningen. U dient dus de vergunning aan te vragen via het standaard aanvraagformulier. Er is wel een aangepaste versie van het eindgebruikerscertificaat dat u voor deze exporten moet gebruiken. U vindt dit template EUC in de tab Documenten bovenaan deze pagina.

Aangezien onze dienst de andere EU-lidstaten, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger ten minste 10 dagen voor het afleveren van de vergunning op de hoogte moeten brengen, zal de termijn voor aflevering van de vergunning langer zijn dan in een reguliere procedure.

Deze vergunningsplicht geldt ook voor het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten met betrekking tot goederen in bijlage II.

De geconsolideerde Verordening 267/2012 voorziet eveneens in een aantal specifieke uitzonderingen waarbij voor bepaalde faciliteiten geen vergunning vereist is maar wel een toestemming. Dat wil zeggen dat u alsnog een aanvraag voor een vergunning moet doen maar wanneer blijkt dat uw export voldoet aan een van onderstaande voorwaarden u een toestemmingsbrief zult ontvangen:

a) de nodige wijziging van twee cascades in de voorziening van Fordow voor de productie van stabiele isotopen;
b) de export van Iraans verrijkt uranium van meer dan 300 kilogram in ruil voor natuurlijk uranium, of
c) de modernisering van de reactor van Arak op basis van het overeengekomen conceptuele ontwerp en, nadien, van het overeengekomen definitieve ontwerp van die reactor.
d) voor lichtwaterreactoren.

Verboden dual use goederen voor Iran

In bijlage III worden alle goederen en technologieën omschreven die nog steeds verboden zijn voor export naar Iran.Het gaat om goederen die worden geviseerd door de Missile Technology Control Regime (MTCR).

Aanvragen voor export van dergelijke goederen zullen geweigerd worden.

Dit verbod geldt eveneens voor het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten met betrekking tot goederen in bijlage III.

Indien goederen en technologieën gecontroleerd worden door de NSG (bijlage I) en door de MTCR dan primeert de MTCR en is de export dus verboden.

Programmatuur voor enterprise resource planning

De bijlage VII bis uit de Verordening 267/2012 werd aangepast en beperkt tot “specifiek ontworpen voor gebruik in nucleaire en militaire industrieën”. De definitie van “programmatuur voor enterprise resource planning” blijft ongewijzigd.

Voor de export van deze enterprise resource planning is een vergunning nodig, net zoals voor het verlenen van technische bijstand en tussenhandeldiensten met betrekking tot deze goederen.

DCSG is niet rechtstreeks bevoegd maar treedt op als eerstelijnsloket. U kunt uw vraag aan onze dienst overmaken en wij bezorgen uw aanvraag aan de FOD Economie.

Aangezien onze dienst de andere EU-lidstaten en de Commissie ten minste 10 dagen voor het afleveren van de vergunning op de hoogte moeten brengen, zal de termijn voor aflevering van de vergunning langer zijn dan in een reguliere procedure.

In de geconsolideerde Verordening 267/2012 zijn de gronden opgesomd wanneer een dergelijke vergunning moet geweigerd worden. In het geval van nucleair gerelateerde activiteiten of activiteiten gelinkt aan het militaire of ballistische raketprogramma van Iran zal de DCSG de dual use catch all toepassen en uw vergunning weigeren.

Export van grafiet en metalen (ruwe en halffabricaat)

Voor de export van grafiet en de metalen die vallen onder de goederencodes in bijlage VII Ter van de geconsolideerde Verordening 267/2012 is een vergunning nodig. Dit is ook zo voor de technische bijstand of tussenhandeldiensten die hierop betrekking hebben.

DCSG is niet rechtstreeks bevoegd maar treedt op als eerstelijnsloket. U kunt uw vraag aan onze dienst overmaken en wij bezorgen uw aanvraag aan de FOD Economie.

Aangezien onze dienst de andere EU-lidstaten en de Commissie ten minste 10 dagen voor het afleveren van de vergunning op de hoogte moeten brengen, zal de termijn voor aflevering van de vergunning langer zijn dan in een reguliere procedure.

In de geconsolideerde Verordening 267/2012 zijn de gronden opgesomd wanneer een dergelijke vergunning moet geweigerd worden. In het geval van nucleair gerelateerde activiteiten of activiteiten gelinkt aan het militaire of ballistische raketprogramma van Iran zal de DCSG de dual use catch all toepassen en uw vergunning weigeren.

Wat met niet dual use goederen?

De Verordening 428/2009, zoals gewijzigd, voorziet in artikel 4 in een catch all clausule.Dat wil zeggen dat wanneer u er als exporteur een vermoeden van heeft dat uw goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn:

(a) voor gebruik in verband met de ontwikkeling, de productie, de behandeling, de bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de identificatie of de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen, of voor de ontwikkeling, de productie, het onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens naar hun doel kunnen voeren,

(b) voor militair eindgebruik. Onder „militair eindgebruik” wordt verstaan:

i. de verwerking in militaire producten die voorkomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;

ii. het gebruik van productie-, test- of onderzoeksapparatuur en onderdelen daarvan, voor de ontwikkeling, de productie of het onderhoud van militaire producten die op de voornoemde lijst voorkomt;

iii. het gebruik van onafgewerkte producten in een fabriek voor de fabricage van militaire producten die op de voornoemde lijst voorkomt.

dan moet u ook voor deze goederen een vergunning aanvragen bij onze dienst.

De geconsolideerde Verordening 267/2012  voorziet een uitdrukkelijke catch all wanneer de export verband houdt met goederen of technologie die bijdragen aan opwerkings- of verrijkingsgerelateerde of zwaar water gerelateerde activiteiten die niet in overeenstemming zijn met het JCPOA. In dit geval moet u voor deze export toch een vergunning aanvragen. Uw dossier zal dan voor goedkeuring worden voorgelegd aan de VN-Veiligheidsraad.

Bijlage III omvat de verboden dual use goederen en technologieën voor Iran gelinkt aan rakettechnologie. De geconsolideerde Verordening 267/2012 voorziet in een verbod voor alle goederen, ook niet vergunningsplichtige goederen, die zouden kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

Wat met militaire exporten?

Het wapenembargo ten aanzien van Iran blijft van kracht.

Het is bovendien overeenkomstig geconsolideerde Verordening 267/2012 verboden om technische bijstand te verlenen of andere diensten in verband met goederen en technologie die voorkomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

Wat met “verboden entiteiten en personen”?

In bijlage VIII en IX van de Verordening 267/2012 werden alle personen en entiteiten opgelijst van wie de tegoeden werden bevroren. Het is tevens verboden aan deze personen en entiteiten rechtstreeks of onrechtstreeks tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen. Er kan met andere woorden geen handel gedreven worden met deze entiteiten.

Dit verbod geldt ook voor de entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de opgelijste entiteiten, de zogenaamde “owned and controlled entities”.

Inmiddels werden bijlagen VIII en IX in de geconsolideerde Verordening 267/2012  aangepast tot een afgeslankte lijst van verboden entiteiten en personen . U kunt dus rechtstreeks in deze versie nagaan of uw klant nog steeds weerhouden werd als verboden entiteit of persoon.

Voor de weerhouden entiteiten blijft uiteraard het principe van de “owned and controlled entities” van kracht.

Wat met de financiële sancties ten aanzien van Iran?

Er is een vergunning nodig voor de financiering of financiële bijstand, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering voor de export van goederen in bijlage I of de technische bijstand voor dergelijke goederen.

Er is eveneens een vergunning nodig alvorens een overeenkomst, met inbegrip van leningen of krediet, aan te gaan met Iran met betrekking tot volgende activiteiten:
(a) uraniumontginning,
(b) de productie of het gebruik van nucleaire materialen uit bijlage I.
Er zijn wel een aantal uitzonderingen voor specifieke toepassingen of voorzieningen.

Voor de financiering of financiële bijstand met betrekking tot goederen en technologie in bijlage II is eveneens een vergunning vereist. Dit is ook het geval alvorens u een overeenkomst, met inbegrip van leningen en kredieten,  sluit met een persoon of entiteit in Iran die betrekking heeft op de technologieën in bijlage II.

Er is een verbod op financiële bijstand met betrekking tot de goederen en technologieën in bijlage III. Dit verbod geldt ook voor alle overeenkomsten met betrekking tot deze technologie.Hetzelfde geldt voor goederen en technologie opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

Voor financiële bijstand met programmatuur voor enterprise resource planning, beschreven in bijlage VII Bis en voor grafiet en metalen beschreven in bijlage VII Ter is een voorafgaandelijke vergunning nodig.

Het blijft verboden gespecialiseerde diensten inzake financieel berichtenverkeer te verstrekken aan personen en entiteiten die zijn opgelijst in bijlage VIII en IX van de geconsolideerde Verordening 267/2012. 

De tegoeden van de nog opgelijste verboden entiteiten blijven bevroren. Aan deze entiteiten mogen geen tegoeden of economische middelen ter beschikking worden gesteld. Dit verbod geldt ook voor de entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de opgelijste entiteiten.

In bepaalde gevallen kan de Thesaurie een afwijking toestaan. Deze uitzonderlijke situaties worden opgenomen in de Verordening.

Er werden een aantal banken geschrapt van de lijst met verboden entiteiten. Dit betekent dat deze banken opnieuw kunnen aansluiten op het internationale betalingssysteem. Zij moeten hiervoor wel opnieuw de aanvraagprocedure doorlopen waardoor de uitwerking enige vertraging kan oplopen.

Voor meer informatie met betrekking tot de financiële sancties kunt u terecht bij de Administratie van de Thesaurie via Quesfinvragen.tf@minfin.fed.be of op http://www.financementetat.be/sanctions.htm 

Wat met transport(diensten)?

Er is een versoepeling met betrekking tot de diensten die kunnen geleverd worden aan Iraanse vrachtschepen en olietankers.

De verlening van bunker- of leveringsdiensten blijft verboden indien de dienstverleners over informatie beschikken of een redelijk vermoeden hebben dat deze schepen voorwerpen vervoeren die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of goederen die door de Iransancties verboden zijn.

Wat met “andere” sancties ten aanzien van Iran?

Omwille van mensenrechtenschendingen vaardigde de EU met Verordening 359/2011, zoals gewijzigd, beperkende maatregelen uit ten aanzien van bepaalde personen en entiteiten.

Verordening 2580/2001 viseert personen en entiteiten die geacht worden betrokken te zijn bij terrorimse. Op de lijst bevinden zich ook een aantal Iraanse organisaties.

De wijziging aan de sancties in uitvoering van het JCPOA verandert niets aan deze beide Verordeningen. Zij blijven verder van kracht.

Wat met de Amerikaanse sancties ten aanzien van Iran?

De VS hebben zeer vergaande sancties tegen Iran ingesteld, waaronder strenge financiële sancties. Bedrijven moeten zelf vaststellen of zij onder de Amerikaanse sancties vallen. De praktijk leert dat ook bedrijven die niet in strijd met de Europese en de Amerikaanse sancties handelen, en zakelijke belangen hebben in de VS, hinder kunnen ondervinden als zij ook zakendoen met partijen in Iran.

De Dienst Controle Strategische Goederen heeft hierin geen formele rol. Het is aan de bedrijven zelf om af te wegen hoe zij hiermee omgaan.

Meer informatie over het Amerikaanse sanctiebeleid tegen Iran vindt u bij het U.S. Department of the Treasury, Office of Foreign Assets Control (https://www.treasury.gov/Pages/default.aspx)  Daar vindt u ook meer informatie over goederen die mogelijk wel naar Iran mogen worden geëxporteerd.

Wat met import vanuit Iran?

De invoer van dual use goederen in de EU is in principe vrij. Voor Iran wordt hierop een uitzondering gemaakt. Voor bepaalde goederen is wel een invoervergunning vereist. Het maakt hierbij niet uit of de goederen en technologie al dan niet afkomstig zijn uit Iran.

Voor de invoer van goederen en technologie in bijlage I en II van de geconsolideerde Verordening 267/2012 is een invoervergunning vereist. U kan deze bij onze dienst aanvragen. Onze dienst zal de nieuwe internationale "Gezamelijke Commissie" op de hoogte brengen van de beslissing, overeenkomstig de Verordening 2017/964, art. 11. 

Deze „Gezamenlijke commissie” is samengesteld uit vertegenwoordigers van Iran en China, Frankrijk, Duitsland, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, die wordt opgericht om toe te zien op de uitvoering van het JCPOA.

U kan deze invoervergunning bij onze dienst aanvragen met het aanvraagformulier op deze pagina.