Verdrag chemische wapens

Bedrijven en instellingen die werken met bepaalde chemicaliën, moeten zich houden aan de verplichtingen van het Verdrag chemische wapens. Dit is een ontwapeningsovereenkomst, opgesteld in 1993 tussen 188 staten, om de dreiging van chemische wapens tegen te gaan. Doel van het verdrag is om een wereldwijd verbod in te stellen op de ontwikkeling, productie, opslag, overdracht, bezit en gebruik van chemische wapens. Landen die het verdrag hebben geratificeerd zijn bijvoorbeeld verplicht hun chemische wapenvoorraden te vernietigen. Datzelfde geldt voor installaties waarmee de wapens werden geproduceerd.

Aanpak

Het verdrag baseert zich op een drieledige aanpak:

Ten eerste legt het verdrag aan haar lidstaten op om tot vernietiging over te gaan van alle chemische wapens en inrichtingen voor de productie van chemische wapens in hun eigendom of bezit en van deze die zich bevinden op een plaats onder zijn rechtsmacht of toezicht.

Ten tweede wordt het verdere gebruik, de ontwikkeling, de productie, de overdracht en het in voorraad houden van chemische wapens verboden.

Ten derde stelt het Verdrag bepaalde chemische stoffen en inrichtingen die potentieel gebruikt kunnen worden voor de productie van chemische wapens onder internationale controle. Deze controle strekt zich uit tot de verificatie van, enerzijds, de door het Verdrag toegelaten handelingen met die stoffen en, anderzijds, van de mogelijkheden van de productieapparatuur en de productiecapaciteit van inrichtingen waarin dergelijke activiteiten verricht worden.

Toegelaten activiteiten binnen het Verdrag Chemische Wapens

Als toegelaten activiteiten vermeldt het Verdrag handelingen die de volgende doeleinden nastreven:

  • onderzoeksdoeleinden, dan wel industriële, agrarische, medische, farmaceutische of andere vreedzame doeleinden;
  • beschermingsdoeleinden, namelijk doeleinden die rechtstreeks samenhangen met bescherming tegen giftige stoffen en bescherming tegen chemische wapens;
  • militaire doeleinden die geen verband houden met het gebruik van chemische wapens en niet afhankelijk zijn van het gebruik van de toxische eigenschappen van stoffen als vorm van oorlogvoering;
  • handhaving van de openbare orde, met inbegrip van de bestrijding van binnenlandse oproer.

Bedrijven mogen chemicaliën produceren of gebruiken voor de civiele sector, mits zij zich houden aan de Verdragverplichtingen. Voor welke chemicaliën de verplichtingen gelden, staat onder meer in de Stoffenbijlage van het Verdrag chemische wapens.

Bevoegdheid

In België werd de verantwoordelijkheid voor het opvragen en ontvangen inzake het verdrag Chemische Wapens toevertrouwd aan de gewesten. In Vlaanderen werd deze taak opgedragen aan de dienst Controle Strategische Goederen, die op basis van haar bevoegdheid voor de in-, uit- en doorvoer van producten en technologieën voor tweeërlei gebruik onder de EG-verordening 428/2009 reeds controle uitoefent op de in- en uitvoer van bepaalde van deze stoffen.

Controle

Staten die het Verdrag chemische wapens ondertekenen en ratificeren, worden automatisch lid van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW). Deze organisatie is bevoegd inspecties uit te voeren bij bedrijven en instellingen die zijn gevestigd in een Verdragsstaat en kennisgevingen hebben ingediend. Die inspecties worden kort van tevoren aangekondigd. Met het oog op gegevenscontrole zijn inrichtingen die met gecontroleerde stoffen handelen verplicht tot kennisgeving over de productie, de verwerking, het verbruik en de in- en uitvoer van deze stoffen. Onder andere met het oog op de verificatie van deze kennisgevingen voert het OPCW vervolgens routine- en uitdagingsinspecties uit in de declarerende inrichtingen.