Brexit - mogelijke veranderingen voor strategische goederen

Na maanden onderhandelen is er op 24/12 een akkoord bereikt tussen de EU en het VK. Ondanks het akkoord zullen er toch grote aanpassingen zijn want het VK verlaat zowel de interne markt als de douane-unie. Er is dus geen vrij verkeer meer van personen, diensten, goederen en kapitaal. Dit heeft natuurlijk ook een grote impact op de handel van strategische goederen met het VK.

Voor informatie over andere aspecten en gevolgen van brexit verwijzen wij naar de website van Flanders Investment & Trade en de algemene website van het Departement Buitenlandse Zaken over de brexit. 
 

UITVOER

Militaire goederen en vuurwapens

Wat betreft de uitvoer van militaire goederen, zouden Vlaamse bedrijven geen gebruik meer kunnen maken van de flexibele vergunningsregimes uit EU-Richtlijn 2009/43, zoals omgezet in het Wapenhandeldecreet (artikels 13-20). Dit houdt voornamelijk in dat voor uitvoer naar het VK niet langer gebruik gemaakt kan worden van algemene of globale vergunningen. Deze vergunningsregimes worden immer enkel voorzien voor overbrenging van en naar andere EU-lidstaten. Uitvoer naar het VK zal dus enkel nog kunnen plaatsvinden op basis van individuele en/of gecombineerde vergunningen. De geldigheid van afgeleverde globale en algemene vergunningen zou dus vervallen op 31 december 2020 om 23u59. Individuele overbrengingsvergunningen afgeleverd voor deze datum blijven echter wel geldig als individuele uitvoervergunning. Hiervoor werden de nodige afspraken gemaakt met de Belgische douane. 

Wat betreft uitvoer van civiele vuurwapens, zouden Vlaamse bedrijven en individuen niet langer gebruik kunnen maken van de flexibele regimes uit EU-Richtlijn 91/477 (zoals omgezet in artikels 34-37 van het Wapenhandeldecreet), maar zouden voor hen de regels van verordening 258/2012 (zoals omgezet in artikels 38-42 van het Wapenhandeldecreet) van toepassing zijn. Dit heeft, ten eerste, belangrijke gevolgen voor erkende wapenhandelaars. Op dit moment kunnen zij een “open vergunning” krijgen om mits een eenvoudige kennisgeving wapens definitief over te brengen naar collega-wapenhandelaars in het VK. Dit regime vervalt bij een eventuele hard brexit. Als het VK een derde land wordt, moet voor elke definitieve uitvoer een individuele vergunning worden aangevraagd. 

Daarnaast zouden ook jagers en sportschutters een impact ondervinden. Voor jacht- en schietsportactiviteiten binnen de EU is het voldoende om de zogenaamde Europese Vuurwapenpas (en een bewijs van de activiteit) op zak te hebben. Voor dergelijke activiteiten buiten de EU bestaat echter een kennisgevingsplicht (cfr. artikel 39 van het Wapenhandeldecreet). Voor tijdelijke uitvoer in het kader van jacht- of schietsportactiviteiten zal dus, in het geval van een hard brexit op 31 december 2020, een kennisgeving vereist zijn. 

Voor andere tijdelijke activiteiten (zoals demonstratie en expositie of onderhoud en herstel) geldt altijd een kennisgevingsplicht zowel binnen als buiten de EU.

Levering van militaire goederen aan defensiebedrijven

Vlaamse bedrijven zullen voor hun leveringen van militair materieel aan defensiebedrijven in het VK niet langer gebruik kunnen maken van een aantal flexibele vergunningsregimes zoals opgenomen in de Richtlijn 2009/43/EG. Brexit impliceert ook dat het VK niet meer gebonden is aan de verplichtingen uit het EU Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB. Het intra-Europese regime zal dan niet langer van toepassing zijn.

Dual use

Vanaf 1 januari 2021 is de uitvoer naar het VK van alle dual-use goederen op bijlage I van Verordening 428/2009 mits een geldige uitvoervergunning.
Het Verenigd Koninkrijk werd toegevoegd aan de lijst van landen waarvoor de Europese uniale algemene uitvoervergunning EU001 geldt. Het gaat om een lijst van landen die door de EU worden beschouwd als bevriend en ongevoelig, zoals de Verenigde Staten en Canada. De vergunning is opgenomen in Bijlage IIa van Verordening 428/2009, zoals gewijzigd.
Belangrijk om op te merken hierbij de speciale regeling met betrekking tot Noord-Ierland (zie infra) en de gewijzigde status van Isle of Man en de Kanaaleilanden, die geacht werden deel uit te maken van het douanegebied van de Unie voor 1 januari 2021, maar die geen deel uitmaken het Verenigd Koninkrijk. Uitvoer naar Isle of Man en de Kanaaleilanden is dus enkel mogelijk via een individuele of globale vergunning.
Bedrijven die reeds geregistreerd zijn voor het gebruik van de uniale vergunning EU001, dienen geen bijkomende stappen te ondernemen. De registratie geldt voor het gebruik van de vergunning die zich bevindt in Bijlage IIa van de dual use Verordening. Elke wijziging van producten, voorwaarden of bestemmingslanden in de vergunning is meteen van toepassing. 
Bedrijven die nog niet geregistreerd zijn voor het gebruik van de uniale vergunning EU001, vinden hier meer informatie over hoe te registreren. Het gebruik van uniale vergunningen is verbonden aan enkele voorwaarden en verplichtingen, waarvan de belangrijkste de jaarlijkse rapportering over het gebruik van deze vergunning is. Bedrijven die gebruik willen maken van de uniale algemene vergunningen, dienen op de hoogte te zijn van deze voorwaarden en verplichtingen. 
Het gebruik van EU001 is geen verplichting. Het blijft mogelijk, bijvoorbeeld in het geval van een uitzonderlijke eenmalig transactie, om een individuele uitvoervergunning aan te vragen voor de uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk. 
Wat de geldigheid van vóór 1 januari 2021 afgeleverde vergunningen betreft: 

  • Vergunningen afgeleverd door het VK voor 1 januari 2021 zijn niet langer geldig als EU-vergunningen voor de uitvoer van EU-dual-use producten. 
  • Vergunningen afgeleverd door een EU-lidstaat voor 1 januari 2021 voor uitvoer van dual-use goederen vanuit het VK naar een derde land zijn niet langer geldig.
  • Vergunningen voor de overbrenging van bijlage IV-goederen naar het VK afgeleverd door de EU-lidstaten voor 1 januari 2021 worden vanaf 1 januari 2021 beschouwd als geldige uitvoervergunningen naar het VK. De uitvoer naar het VK op basis van deze vergunningen blijft dus mogelijk vanuit alle EU-lidstaten. 

Noord-Ierland

Onder het Noord-Ierland protocol werden maatregelen afgesproken om het vrij verkeer van goederen te vrijwaren. Dit heeft een impact op de vergunningsplichten:

  • Vervoer van producten vanuit een EU-lidstaat met als eerste en ultieme eindbestemming Noord-Ierland wordt na 1 januari 2021 nog steeds beschouwd als een overbrenging en vereist bijgevolg geen vergunning tenzij het bijlage IV-producten betreft.
  • Vervoer van producten vanuit een EU-lidstaat naar Noord-Ierland voor eindbestemming in een derde land of de voor de rest van het UK is een uitvoer en vereist een geldige uitvoervergunning (bv. EU001) voor deze eindbestemming.
  • Voor uitvoer uit Noord-Ierland geldt Verordening 428/2009. De autoriteiten van het VK staan hierbij in voor het afleveren van de vergunning overeenkomstig de bepalingen van voornoemde verordening. Deze vergunning zal geldig zijn alle EU-lidstaten.
INVOER

Militaire goederen en vuurwapens

De controle op de invoer van militaire goederen naar het Vlaams Gewest is beperkt tot bepaalde goederen. Het regime voor invoer vanuit derde landen en overbrenging vanuit EU-lidstaten naar het Vlaams Gewest is hetzelfde. Hier treden dus geen veranderingen op in het geval van een hard brexit. 

Voor invoer van civiele vuurwapens gelden dezelfde vergunningsverplichtingen en -voorwaarden voor zowel binnen als buiten de EU. Vóór 31 oktober afgeleverde vergunningen en andere documenten (zoals de overbrengingsvergunning voor civiele vuurwapens gekend als “11/4”) blijven geldig na een eventuele hard brexit. 

Dual use

Wat betreft het Vlaams Gewest is de invoer van dual-use goederen niet vergunningsplichtig. Uiteraard kan dergelijke transactie enkel plaatsvinden conform de Britse uitvoercontroleregelgeving. Voor meer informatie hierover worden bedrijven echter verwijzen naar de bevoegde VK-diensten en hun website. 

DOORVOER

Militaire goederen en vuurwapens

De doorvoer van militaire goederen en civiele vuurwapens met als eindbestemming het VK is momenteel vrijgesteld van doorvoervergunning op basis van de flexibele regimes voorzien in Richtlijn 2009/43 en Richtlijn 91/477. Dit flexibele regime vervalt normaal bij een hard brexit. Bij een hard brexit zonder overgangsmaatregel zou doorvoer naar het VK dus in principe vergunningsplichtig worden.

De Vlaamse Minister-President acht het echter weinig opportuun om doorvoer met als eindbestemming het VK te onderwerpen aan vergunningsplicht. Dit is des te meer het geval daar doorvoer naar bepaalde landen die lidstaat zijn van de NAVO en/of van het Wassenaar Arrangement ook reeds werden vrijgesteld van de doorvoervergunning. Om die reden werd beslist van het VK toe te voegen aan de lijst van zogenaamde “bevriende en ongevoelige” landen waarvoor geen doorvoervergunning vereist is. Deze toevoeging zal gebeuren op basis van een ministerieel besluit waardoor doorvoer naar het VK vrijgesteld zal zijn voor vergunning. Dit zou zowel gelden voor civiele vuurwapens als voor militaire goederen. 

Doorvoer van civiele vuurwapens vanuit het VK door België naar een derde land zal echter wel vergunningsplichtig worden in geval van een hard brexit.
 

Dual use

De doorvoer van dual use goederen wordt slechts in beperkte gevallen onderworpen aan vergunningsplicht. Het betreft vermoedens van de doorvoerder of de dCSG dat de goederen in doorvoer zullen worden aangewend voor een eindgebruik dat ingaat tegen militaire embargo’s of voor proliferatiedoeleinden. 

DOORLOOPTIJDEN EN DELEGATIE

In geval van een hard brexit wordt ook voorzien in een aanpassing van het ministerieel delegatiebesluit voor de afhandeling van vergunningsaanvragen. Onder het huidige regime ligt de bevoegdheid om te beslissen over vergunningsaanvragen met eindgebruik in EU-lidstaten bij de leidend ambtenaar (de secretaris-generaal) van het Departement Buitenlandse Zaken. De secretaris-generaal heeft deze bevoegdheid verder gedelegeerd aan het hoofd van de afdeling Mondiale Uitdagingen. 

Deze delegatie zou vervallen voor militaire goederen en civiele vuurwapens als het VK een derde land wordt. De Minister-President heeft echter beslist het delegatiebesluit aan te passen om de delegatie te behouden. Door deze beslissing wordt een ernstige toename van de doorlooptijden vermeden.