Overbrenging van civiele vuurwapens vanuit Nederland: Vraag een IIC aan

In het licht van de recente aandacht voor de controle op overbrenging van vuurwapens, onderdelen en munitie vanuit Nederland en Luxemburg wenst de dienst Controle Strategische Goederen de huidige stand van de Vlaamse regelgeving op dit vlak toe te lichten, net als de daaraan verbonden verplichtingen.

De dienst Controle Strategische Goederen verwijst daarbij naar artikel 3, paragraaf 4, eerste lid, van het Wapenhandeldecreet, dat als volgt luidt: 

“De overbrenging, vermeld in paragraaf 2 en 3, vanuit en naar het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg is vrijgesteld van vergunning.”

Voor alle duidelijkheid, de vermelde paragrafen 2 en 3 regelen de verplichtingen voor enerzijds defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal (paragraaf 2) en anderzijds civiele vuurwapens, onderdelen en munitie (paragraaf 3).

Het Vlaamse Wapenhandeldecreet voorziet deze “Benelux-vrijstelling” momenteel in verwijzing naar de geldende Benelux-regelgeving omtrent het vrij verkeer van goederen. De dienst Controle Strategische Goederen is er uiteraard toe gehouden om deze vrijstelling tot nader order toe te passen.

De vrijstelling van vergunningsplicht betekent in de praktijk dat voor de overbrenging van een vuurwapen, onderdelen en/of munitie naar het Vlaamse Gewest geen voorafgaande toestemming van de dienst Controle Strategische Goederen nodig is. De vrijstelling betekent verder dat de bevoegde Nederlandse en Luxemburgse autoriteiten zelf vergunningen voor overbrenging naar het Vlaamse Gewest kunnen toestaan zonder die voorafgaande Vlaamse toestemming. 

De dienst Controle Strategische Goederen wijst er wel met klem op dat deze vrijstelling enkel geldt voor het aspect van de overbrenging en niet voor het aspect van het verwerven en het voorhanden hebben. Een ingezetene van het Vlaamse Gewest die een wapen in Nederland of Luxemburg wil verwerven moet natuurlijk nog altijd beschikken over de noodzakelijke titel om dat wapen te kunnen verwerven en het in België voorhanden te hebben. Voor vragen daaromtrent verwijst onze dienst u graag door naar de provinciale wapendiensten. De controle op het verwerven en voorhanden hebben van wapens is immers een federale bevoegdheid.

Betreffende overbrenging kan u wel een zogenaamd “internationaal invoercertificaat” aanvragen. Dat is géén overbrengingsvergunning, maar bevestigt wel de voorgenomen overbrenging naar het Vlaamse Gewest. 

Praktisch: De aanvraag van een “internationaal invoercertificaat” gebeurt via het Digitaal Loket van de dienst Controle Strategische Goederen. Daarbij is het belangrijk dat u bij “Nieuwe aanvraag” eerst de optie “civiele vuurwapens” kiest, waarna u dan “internationaal invoercertificaat” selecteert. Bij de gegevens van de goederen kiest u voor “civiele vuurwapens, onderdelen of munitie”.
Het is ook belangrijk dat u de correcte persoonsgegevens van uzelf en uw Nederlandse tegenpartij opneemt, net als alle essentiële kenmerken van de wapens, onderdelen of munitie in kwestie. Dat zijn de aard, de categorie, het merk, het model, het kaliber en het serienummer.
U moet ook een scan toevoegen van de titel op basis waarvan uw volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 gerechtigd bent de wapens, onderdelen of munitie te verwerven (bijv. model-4, jachtverlof, sportschutterslicentie of erkenning als wapenhandelaar/verzamelaar).

Voor verdere vragen over overbrenging, in-uit- en doorvoer van, onder meer, civiele vuurwapens en defensiegerelateerde producten is de dienst Controle Strategische Goederen uiteraard beschikbaar. Zie daarvoor de contactpagina