Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en andere betrokken partijen in de gewapende conflicten in Jemen

Ten aanzien van Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en andere betrokken partijen in de gewapende conflicten in Jemen wordt sinds 2015 een algemene beleidslijn gehanteerd. Dat gebeurde naar aanleiding van de interventie van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in de gewapende conflicten in Jemen en de opeenvolgende rapporten van het Panel of Experts on Yemen, ingesteld door de VN-Veiligheidsraad, en de Group of Eminent Experts on Yemen, ingesteld door de VN-Mensenrechtenraad, die veelvuldige vaststellingen bevatten van ernstige schendingen van mensenrechten en het internationaal humanitair recht. 
Deze beleidslijn houdt in dat, binnen de contouren van het Wapenhandeldecreet en de dual use-verordening, de volgende zaken niet worden toegestaan:

  • de overbrenging, de uitvoer en de doorvoer naar (of voor vastgesteld eindgebruik in) de betreffende landen van defensiegerelateerde producten die in abstracto inzetbaar zijn in de conflicten in Jemen; 
  • de uitvoer van dual use-producten naar de strijdkrachten, binnenlandse veiligheidsdiensten of vergelijkbare eenheden van die landen die een versterking van de militaire capaciteit zou kunnen uitmaken. 

Deze beleidslijn sluit aan bij een breder Belgisch pleidooi voor Europese beperkende maatregelen tegen Saoedi-Arabië en de VAE in het bijzonder, en bij de volgende resoluties van het Vlaams Parlement:

Deze beleidslijn steunt op een interpretatie van de volgende criteria:

  • criteria 1, 2, 4 en 6 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB en artikel 26 van het Wapenhandeldecreet; 
  • het bijkomende criterium 1° over de “externe belangen en internationale doelstellingen van het Vlaamse Gewest en België”, in artikel 28 van het Wapenhandeldecreet; en
  • de “overwegingen van nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid” en “overwegingen omtrent het voorgenomen eindgebruik”, vermeld in artikel 15 van de dual use-verordening 2021/821.