Vlaams exportcontrolebeleid

Samengevat  
Het basisprincipe van het Vlaams exportcontrolebeleid is dat vergunningsaanvragen geval per geval getoetst worden aan de relevante beoordelingscriteria. In bepaalde omstandigheden kunnen de Vlaamse Regering en de bevoegde minister wel beslissen om ten aanzien van een bepaald land of een bepaalde eindgebruiker een algemeen beleid te voeren. Voor de export van defensiegerelateerde producten en andere goederen binnen het Wapenhandeldecreet kan dat via formele algemene beperkende maatregelen, die een autonome weigeringsgrond vormen. Voor de export van alle strategische goederen, inclusief dual use-producten, kunnen algemene beleidslijnen gehanteerd worden, die dan geval per geval toegepast en gemotiveerd worden.
Momenteel zijn er geen formele algemene beperkende maatregelen van kracht. Er worden wel verschillende algemene beleidslijnen gehanteerd ten aanzien van: 

Basisprincipe

Het basisprincipe van het Vlaams exportcontrolebeleid is dat elke vergunningsaanvraag voor de overbrenging en de uit- en doorvoer van strategische goederen geval per geval getoetst wordt aan de relevante beoordelingscriteria

  • Voor de overbrenging en de uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal en civiele vuurwapens gelden de beoordelingscriteria in artikel 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet
  • Voor de uit- en doorvoer van dual use-producten gelden de beoordelingscriteria in artikel 15 van de dual use-verordening 2021/821 en artikel 2 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB

Ondanks het basisprincipe kunnen de Vlaamse Regering en haar bevoegde minister in bepaalde omstandigheden beslissen om ten aanzien van een bepaald land van eindgebruik of een bepaalde eindgebruiker een meer algemeen beleid te voeren. Dat komt neer op een beslissing om de uit- en doorvoer van strategische goederen naar dat land of die eindgebruiker aan algemene beperkingen of voorwaarden te onderwerpen: 

  • Voor de uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal en civiele vuurwapens kan de Vlaamse Regering formele algemene beperkende maatregelen uitvaardigen. 
  • Voor de uit- en doorvoer van alle strategische goederen, dus inclusief dual use-producten, kan de bevoegde minister algemene beleidslijnen hanteren.

Algemene beperkende maatregelen

Het meest ingrijpende instrument om een algemeen beleid te voeren is de formele algemene beperkende maatregel van de Vlaamse Regering. Die mogelijkheid is sinds 2017 expliciet opgenomen in artikel 43/1 van het Wapenhandeldecreet. Ze geldt alleen voor defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal en civiele vuurwapens, niet voor dual use-producten.

Met een algemene beperkende maatregel kan de Vlaamse Regering beslissen om voor een verlengbare periode van initieel maximaal zes maanden geen enkele overbrenging, uit- of doorvoer naar een land toe te staan als ze oordeelt dat er ter plekke omstandigheden plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor elke overbrenging, uit- of doorvoer met dat land als land van bestemming of eindgebruik in strijd zou zijn met de beoordelingscriteria in artikel 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet.
 
De algemene beperkende maatregel is een autonome weigeringsgrond, die als dusdanig is opgenomen in artikel 28, 1°, van het decreet. Dat betekent dat als iemand ondanks de maatregel toch een vergunningsaanvraag voor het land in kwestie zou indienen, die vergunningsaanvraag kan worden geweigerd met een simpele verwijzing naar de geldende maatregel. 

Vanwege de ingrijpende impact van formele algemene beperkende maatregelen, zowel economisch als diplomatiek, zijn in de memorie van toelichting bij het betreffende decreet van 30 juni 2017 richtsnoeren voor het overwegen ervan opgenomen. Die richtsnoeren benadrukken onder meer dat het opleggen van een algemene beperkende maatregel een uitzonderlijke beslissing moet blijven en moet worden voorafgegaan door consultaties met de andere gewesten en andere EU-lidstaten.

Algemene beleidslijnen

Het hanteren van een algemene beleidslijn komt neer op een beslissing van de bevoegde minister om de relevante beoordelingscriteria op alle vergunningsaanvragen voor een bepaald land of een bepaalde eindgebruiker – of een welomschreven categorie – op dezelfde manier toe te passen. Concreet gaat het dan meestal om een beslissing om geen enkele uit- of doorvoer naar dat land of die entiteit toe te staan, of alleen onder specifieke voorwaarden. Dat gaat meestal gepaard met een publieke beleidsaankondiging van de bevoegde minister waarmee potentiële vergunningsaanvragers op de hoogte worden gebracht van het standpunt van de minister. 

Een algemene beleidslijn is een flexibele en minder formele praktijk om in ernstige en manifeste situaties aan potentiële exporteurs a priori duidelijkheid te geven hoe de minister binnen die context met de uitvoer van strategische goederen zal omgaan. Algemene beleidslijnen kunnen gelden voor alle categorieën van strategische goederen.

Net als bij de algemene beperkende maatregel vormt de toepassing van verschillende beoordelingscriteria de basis. Die beoordelingscriteria zijn in de eerste plaats de specifieke Europese criteria uit het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB. 
Daarnaast kan de bevoegde minister ook hier rekening houden met de bijkomende criteria, bijvoorbeeld:

  • “externe belangen en internationale doelstellingen van het Vlaamse Gewest en België”;
  • “overwegingen van nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid”; 
  • “overwegingen omtrent het voorgenomen eindgebruik”. 

Die algemene criteria laten de minister toe om het beleid te laten aansluiten bij breder uitgesproken standpunten over de situatie in kwestie en om uitvoering te geven aan relevante resoluties van het Vlaamse Parlement. 

Een algemene beleidslijn is, in tegenstelling tot de algemene beperkende maatregel, geen autonome weigeringsgrond. Dat betekent dat als iemand een vergunningsaanvraag voor het land of de eindgebruiker in kwestie zou indienen, de minister niet louter naar de geldende beleidslijn kan verwijzen om de vergunning te weigeren, maar die vergunningsaanvraag op basis van de criteria van de algemene beleidslijn zal moeten motiveren. Waar toepasselijk moet de minister dan ook rekening houden met de specifieke elementen van het individuele dossier.