Voertuigen “speciaal ontworpen voor militair gebruik”: interpretatierichtlijn

De regels over de controle op de overbrenging, uitvoer en – vooral – doorvoer van militaire voertuigen zijn erg relevant voor Vlaanderen. Vlaanderen heeft immers enkele uitvoerders van voornamelijk tweedehands militaire voertuigen (en onderdelen), en ziet ook dagdagelijks doorvoeroperaties van voertuigen die de vraag oproepen of ze al dan niet onder controle vallen op basis van de relevante categorie ML6 van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (EUML). De toepassing van deze categorie is niet evident en vooral op de vraag wanneer een voertuig moet beschouwd worden als “speciaal ontworpen voor militair gebruik” biedt de EUML geen duidelijk antwoord. 

Natuurlijk zijn er voertuigen waarvan het manifest duidelijk is dat ze “speciaal ontworpen voor militair gebruik” zijn; ze zijn intrinsiek militair. Dit geldt bijvoorbeeld voor gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen. Deze voertuigen vallen sowieso onder categorie ML6 en zijn dus vergunningsplichtig bij overbrenging en uitvoer naar een ander land en bij doorvoer (gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen zijn dat bovendien ook bij invoer in en overbrenging naar Vlaanderen).

Die duidelijke vergunningsplicht geldt echter helemaal niet voor de meeste voertuigen die dagdagelijks voor advies aan de dienst Controle Strategische Goederen worden voorgelegd, zoals oude logistieke voertuigen, die – voortgaand op bijvoorbeeld hun kleur of insignes – op een bepaald punt in hun levensloop weliswaar door strijdkrachten gebruikt zijn of lijken gebruikt te zijn, maar die nu uit- of doorgevoerd worden voor een civiel eindgebruik door een civiele eindgebruiker die logisch zijn in het licht van de functionaliteiten van het voertuig. Deze voertuigen worden meestal gewoon omwille van hun militaire kleur of insigne aan de dienst Controle Strategische Goederen voorgelegd (wat op zich geen voldoende aanpassing voor militair gebruik is). 

Bij deze voertuigen is het antwoord op de vraag of ze al dan niet “speciaal ontworpen voor militair gebruik” zijn veel moeilijker. Daarom is de dienst Controle Strategische Goederen overgegaan tot het opstellen van een interpretatierichtlijn ter ondersteuning van de beoordeling of een voertuig al dan niet geviseerd wordt door categorie ML6 van de EUML.

Het algemene uitgangspunt van de interpretatierichtlijn is dat het feit dat een voertuig historisch voor gebruik door strijdkrachten ontwikkeld werd of in de praktijk door strijdkrachten gebruikt werd niet betekent dat het voertuig noodzakelijkerwijze (nog) moet beschouwd worden als “speciaal ontworpen voor militair gebruik”. Er moet daarbij altijd nagegaan worden of het voertuig volgens militaire standaarden en voor gebruik in militaire operaties ontwikkeld werd, m.n. aan de hand van de aanwezigheid van militaire componenten en kenmerken, zoals de componenten die zijn opgelijst in noot 2 onder categorie ML6 van en in andere categorieën van de EUML. 

Dat houdt ook in dat voertuigen die oorspronkelijk als “speciaal ontworpen voor militair gebruik” beschouwd moesten worden – omdat ze van in hun oorsprong voorzien waren van militaire componenten en kenmerken zoals de componenten die zijn opgelijst in de voormelde noot 2 en in andere categorieën van de EUML – hun militaire aard kunnen verliezen als al deze componenten en kenmerken van deze voertuigen verwijderd zijn. Dergelijke voertuigen worden dan beschouwd als “gedemilitariseerd” en buiten controle.

Op die manier worden voertuigen die oorspronkelijk als “speciaal ontworpen voor militair gebruik” beschouwd moesten worden op dezelfde manier behandeld als civiele voertuigen die werden “aangepast voor militair gebruik”: Ook deze voertuigen verliezen logischerwijze hun militaire aard als de aangebrachte aanpassingen voor militair gebruik opnieuw verwijderd worden. Beide worden dan (opnieuw) zuiver civiele voertuigen. 

Nogmaals, dit heeft geen betrekking op voertuigen die intrinsiek militair zijn, zoals gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen. Bij dergelijke voertuigen zou het verwijderen van alle militaire componenten en kenmerken immers neerkomen op de vernietiging van het voertuig; bij dergelijke voertuigen is bijvoorbeeld ook het chassis inherent militair. De voorwaarde dat alle militaire componenten en kenmerken afwezig of verwijderd moeten zijn opdat het voertuig buiten controle zou vallen onderscheidt deze benadering ook van de decontrolenoot in noot 4 onder categorie ML6. Om onder de decontrolenoot te vallen moeten op deze oude voertuigen enkel de in de noot vermelde onderdelen en wapens afwezig zijn; de aanwezigheid van andere militaire componenten en kenmerken – zoals de componenten die zijn opgelijst in de voormelde noot 2 – vormen onder deze noot geen bezwaar tegen de decontrole. Op basis van die noot kunnen ook dus ook intrinsiek militaire voertuigen buiten controle vallen (op voorwaarde dat ze geen “nieuwe” onderdelen en werkende wapens bevatten).

De interpretatierichtlijn zelf vindt u bij documenten op deze pagina. Ze is met het oog op gebruiksvriendelijkheid opgesteld in vraag-en-antwoord stijl. Er worden ook voorbeelden gegeven van voertuigen die al dan niet onder ML6 vallen, waarbij de verschillende vragen in de interpretatierichtlijn overlopen worden. Dit moet bijdragen tot consequente beslissingen van de dienst Controle Strategische Goederen en uitvoerders en doorvoerders toelaten om zelf een prima facie oordeel te vellen over de mogelijke vergunningsplicht van voertuigen die ze willen uit- of doorvoeren.